Oprichtingsakte.

In augustus 1997 zijn in het Rijksarchief te Arnhem bij toeval kopieën gevonden van de oprichtingsakte van het Gilde. Deze documenten zijn handgeschreven stukken uit 1781. De toenmalige Gilde-schrijver E. Scholten heeft in het gildeboek de oprichtingsakte uit 1648 overgeschreven om ze voor het nageslacht te bewaren.

 

akte

 

Uit de tweede helft van de 17e eeuw zijn 22 koningen bekend. Van elk van hen bevindt zich een gegraveerd zilveren schild aan de koningsketen. Uit de 18e eeuw zijn veel minder koningen bekend, hetgeen een aanwijzing is voor verminderde activiteiten. Er werd niet meer elk jaar schuttersfeest gevierd. Vooral de instabiele politieke situatie speelde een rol. Als gevolg van de Zeven-jarige Oorlog (1756 – 1763) vonden er in de streek geen grote publieke festiviteiten plaats. Jonggezellen vluchtten de grens over naar de Republiek om zich te onttrekken aan de Pruisische dienstplicht. In 1778 nam de Lobithse schutterij deel aan de zogenaamde ‘Kartoffelkrieg’ die door de Pruisische koning in Silezië werd uitgevochten. In dat jaar werd de schutterij nieuw leven ingeblazen en de statuten en reglementen aangepast aan de gewijzigde omstandigheden.

Er werd weer schuttersfeest gevierd.

Echter het tij bleek niet te keren. De belangstelling voor en de activiteiten van de schuttersgilden daalden tegen het einde van de 18e eeuw tot een dieptepunt.

Hoogstwaarschijnlijk houdt de teloorgang van de oude schutterij verband met de vele bestuurswisselingen tijdens de Napoleontische tijd, gevolgd door de overdracht van de Kleefse enclaves aan het Koninkrijk der Nederlanden in 1817.

De drijvende kracht achter de schutterij, de ambtelijke Pruisische elite vertrok echter en liet een leegte achter waarin voorlopig niet werd voorzien.

Nadat de bewoners van Lobith gewend waren aan een nieuw gouvernement en een nieuwe nationaliteit, kwamen ook de herinneringen aan ‘vroeger’ terug. De oude gildeboeken werden omstreeks 1825 bij de erven van de laatste gildeschrijver opgehaald en ter bewaring gedeponeerd in het gemeente-archief. Daarnaast werd de oude zilveren koningsketting op verzoek van een aantal nog levende gildeschutters in 1844 opgespoord en door tussenkomst van de Commissaris des Konings in Gelderland eveneens ter bewaring op het gemeentehuis ingeleverd. Inmiddels werden plannen beraamd om tot reactivering van het oude gilde te komen. Echter het tijdstip was niet erg gunstig. In de agrarische sector heerste malaise, het volk leed honger door de jaarlijkse aardappelziekte en bovendien werd het getroffen door besmettelijke ziekten als cholera en rode loop en tevens had het vee te lijden aan veepest. In de agrarische sector had men dus alle energie nodig om in leven te blijven. Maar de wil bleef bestaan en in 1850 was het eindelijk zover. Het schuttersgilde werd ‘heropgericht’.

De koningen uit 1850 en 1851 zijn niet met naam bekend, omdat de oude notulenboeken van de schutterij tot 1886 verloren zijn gegaan en we helaas slechts beschikken over schaarse briefwisseling uit die tijd. Wel zijn de gilde-attributen waaronder koningsschilden en vaandels bewaard gebleven.

In 1888 werd het 240-jarig bestaan van het schuttersgilde gevierd. Als herinnering werd een grote gildevlag geschonken (zie Gilde attributen).

Dit vaandel is 1997 gerestaureerd en is tijdens de viering van het 350-jarig jubileum op 4 januari 1998 opnieuw in gebruik genomen.